dinsdag 30 maart 2004

Tijdmachine
Er was heel wat gezoem en heel wat rook. Zomaar uit het niets. Zoemen en rook uit het niets ben ik niet gewoon, maar wat met een plop opeens midden in mijn bureau stond nog minder. Een zilverglanzende kabine. Een lift zo uit zijn liftschacht geplukt, hier vlak voor mijn bureau. Ik wuif de rook weg en schuif mijn bureaustoel wat naar achter. Aan het blinkende gevaartje hangt een kaartje van Zwever

"Met deze tijdmachine kan je door de tijd reizen. Terug in de tijd of juist vooruit in de tijd of je kan het ietsje dichter bij huis houden. Gebruik je fantasie en je zal niet weten wat je overkomt. Het enige nadeel is dat de tijdmachine een keuzemenu heeft. Kies er één uit en laat de tijdmachine je erheen brengen. Natuurlijk verwacht ik een uitgebreid verslag.

Na je reis moet je een nieuwe bestemming aan dit lijstje toevoegen:
-Naar de planeet Mars
-Naar de Middeleeuwen
-Naar het jaar 3004
-Een weekje geleden
-Naar het Sprookjesbos
-Naar Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus
-Naar het Paradijs
-Naar de IJstijd
-Naar de Ming Dynasie
-Naar Woodstock 1969

Kies nu een bestemming, ga in de tijdsmachine staan, wacht tot je *plop* hoort en geniet."


Ik ga in de machine staan en bestudeer het menu. Waar wil ik heen. Ik loop met mijn vinger het rijtje af. "Laat ik mezelf eens verrassen", denk ik en laat het wieltje met mijn ogen dicht rondjes ratelen en wacht af ... .
Plots produceert het gevaarte een zoemend geluid. De kabine begint te trillen en voel ik duizende kriebels langs mijn ruggegraat lopen.
*plop*
Ik open één oog en kijk naar buiten. "Waar ben ik?", mompel ik zachtjes. Voorzichtig stap ik uit de kabine. Het ziet er op het eerste zicht allemaal normaal uit. Groen gras, bomen en een blauwe lucht. Achter me hoor ik een bliepje. "Wanneer wenst u terug te keren?", licht een rood schermpje op. Ik laat mijn vinger boven het toetsenbord zweven en zie uit mijn ooghoeken maandag blinken. Maandag dan maar ... . Ik druk de toets in en met een plop is de tijdsmachine verdwenen.
Smul?
"Wat is dit?". Ik prik met mijn vork in het onherkenbare goedje en trek een vies gezicht. Bovenop mijn salade ligt een hoopje ondefinieerbaar bruin iets.
"Gewoon vlees", antwoordt hij tussen twee happen door.
Ik draai een brokje om en bestudeer wat er op mijn bord ligt. Het is paarsbruin. Een ovaaltje in twee gesneden en aan de onderkant lopen witte sliertjes uit het brokje.
"Niets gewoon. Gewoon vlees ziet er lekker uit. Dit is ranzig."
Naast me steekt lief aarzelend een hap in zijn mond.
Mijn vader kijkt op van zijn bord. "Hij eet het toch ook?"
"Dat is geen referentie. Ik steek dit niet in mijn mond voor ik weet wat het is en hoe raadselachtiger je er over doet, hoe zekerder ik ben dat ik niet wil eten."
Lief kijkt me aan. "Met wat mosterd is het niet zo slecht."
"Het is gewoon vlees, zus", maant mijn vader me aan. "Proef nu eens."
Ik schuif het bordje voor me uit. "Neen, dit eet ik niet." Ik vis de partjes tomaat uit de sla en laat de rest staan.

"Wat was het nu", vraag ik terwijl de ober zonder verpinken mijn bord wegneemt.
"Een salade met confijte kippemaagjes."
"Ik wist het", murmel ik. "Gewoon vlees is nooit gewoon vlees, bij jou. Je wilde me slachtafval laten eten."
Naast me wordt lief een tikje witter.

maandag 29 maart 2004

hallo hallo
Tijdens al die surfrondjes, achter al die lettertjes en layouts. Ik vraag het me vaak af: wie zijn jullie? Welk gezicht hoort erbij, welke stem en welke persoon? Ik wil u best wel leren kennen!
Wederzijds? Kom dan ook naar de weblogmeeting op poten gezet door Dominiek. Gewoon een balletje werpen, praatje doen, vleesje grillen en stapje in het nachtleven zetten.

bel.blog.meeting

vrijdag 26 maart 2004

Timing
Timing is alles. Timing kan iets maken of kraken.
Ziek worden een paar dagen voor een gepland weekendje-weg is niet bepaald goede timing.
Eens kijken hoe ver ik het schop met de hulp van mijn vriendjes: hoestsiroop en keeltablet.

dinsdag 23 maart 2004

Sexy?
Alsof er iemand de hele nacht zich had uitgeleefd om mijn luchtpijp op te schuren en in één moeite een extra knobbel in mijn stembanden gelegd had. Zo klonk het toch, want meer dan een rasperig gefluister kon ik niet produceren toen lief me uit mijn bed schudde. Mijn protest bleef haperen halverwege mijn keel. De klanken struikelde over elkaar en losten op voor ze nog maar over mijn lippen rolden.
"Het heeft wel iets", lachte lief. "Het is zelfs een beetje sexy."
Benieuwd of de eerste die ik deze morgen aan de telefoon heb, er ook zo over denkt.

maandag 22 maart 2004

51
De tweede dag van de lente was altijd jouw dag. Is nog steeds jouw dag. Zal altijd jouw dag blijven.
De lucht kleurde heloranje deze morgen toen ik naar mijn werk fietste. Ik dacht aan jou op de tonen van je lievelingsliedje, zong het zachtjes voor me uit. Ik probeerde me al je verjaardagsgezichten te herinneren en bleef steken bij het laatste. Je zal nooit ouder worden, dan je was.
Af en toe valt een heldere, warme zonnestraal door het raam binnen. Niets bijzonders eigenlijk, maar ik word er blij van.
Ik weet niet of ik nog je verjaardag kan vieren, maar ik doe het toch.
Lui en Lekker
Ik word wakker onder een wirwar van dekens. Jij zit op de rand van het bed. Streelt mijn haar uit mijn ogen en schuift mijn bril op mijn neus, want die durf ik soms nog eens vergeten. Van onder mijn dekbedfort gluur ik naar het nachtkastje. Boterkoeken, fruitsap en een marsepeinen paashaasje. In één beweging rol je opnieuw in bed en trekt de deken tot onder je kin op. Samen genieten we van tekenfilms, boterkoeken die stuiven van de suiker en een schichtig zonnetje dat voorzichtig door de gordijnen piept.
Het is een dag die langzaam voortkabbelt. Een dag die tot in het oneindige lijkt te rekken. We wandelen door een verlaten studentenstad, nestelen ons in zachte bioscoopzetels om te genieten van "Big Fish" en vegen de popcornkruimels weg als we naar buiten lopen.
In de auto zet ik mijn bril af. Vage lichtjes zoeven aan mijn raampje voorbij.
"Wanneer was je voor het laatst echt gelukkig?", vraag je plots.
Ik kijk naar buiten. Rode, witte en gele vlekjes dansen door elkaar. "Daarnet, zo'n tien seconden geleden", mompel ik.
Ik kan je gezicht niet zien, zo zonder bril, maar ik weet dat je glimlacht.

vrijdag 19 maart 2004

Eventjes weg
Ik vouw mezelf rond de melodie, zoals ik soms mijn handen rond een mok warme thee vouw. Met mijn vingers ineen gekruist laat ik mijn oor tegen de warme gloed rusten.
"Wat nu?", vraag ik aan mezelf. (Ik moet stoppen tegen mezelf te praten). "Wat heb jij zo ineens?"
Ik haal mijn schouders op en trek de melodie nog wat dichter rond me. Opnieuw en opnieuw.
Kruiwagentje
"En bedankt om te komen", glimlacht ze terwijl de liftdeur sluit en haar opnieuw naar het vijfde verdiep zoeft.
Op het moment dat ze verdwenen is, glijdt de vastgeschroefde glimlach van mijn gezicht. Ik weet hoe ik er nu uit zie. Twee ogen die vuur schieten, een grimmige trek rond mijn mond en bliksemschietende donderwolken boven mijn hoofd. Zo voel ik me toch. Ik slik de neiging om de liftdeur een harde trap te verkopen in en loop door het lange gangenstelsel naar de uitgang.
Stilletjes mompelend geef ik mezelf een uitbrander.
"Ben je nu trots op jezelf. Heb je dan geen ruggegraat? De volgende keer regel je het maar via mail of telefoon. Maar dit doe je niet meer."
Hard bonkend stamp ik door de gang naar buiten. De frisse buitenlucht doet geen deugd. Ik prop de dopjes van mijn minidisc in mijn oren en probeer het beeld te verdringen. Kruimel als een kruiwagentje waar iedereen vol hartelust mee kan rondrijden en vrolijk fluitend kan volstapelen.

donderdag 18 maart 2004

Ongemakkelijk
Steuntjes die prikken in mijn ogen.
Een exemplaar dat geneigd is om steeds naar het puntje van mijn neus af te glijden.
Klemmende beentjes die het stukje boven mijn oor al tot moes pletten.
Haar dat zich steeds weer vrolijk tussen de scharniertjes weet te klemmen.

Hoe deed ik dat vroeger weer .... een bril dragen?
Tijd
Gisteren was ik blij dat ik het pas morgen zou moeten doen.
Vandaag wou ik dat ik het gisteren al gedaan had.

woensdag 17 maart 2004

Lentekriebels #2
Hun rode kopjes wenkten me zacht wuivend. Iets te laat want ik stond net een bos witte soorgenootjes af te rekenen. Ze gingen iets uitbundiger wiegen terwijl de eerste bos in een papiertje verpakt werd. Enkele van hen strekten hun steeltjes nog net ietsje langer en vouwden hun groene blaadjes netjes in de plooi. Ik probeerde hun gepronk te negeren, maar toen ik mijn aankoop aannam, horde ik mezelf zeggen: "Geef ook maar zo'n tuiltje rode."
Met het eerste echte lentezonnetje op mijn rug wandelde ik terug naar mijn bureau. Twee bossen bloemen in mijn armen en een stevig gepantserd goed humeur.
Lentekriebels
Veertien graden mag dan een lekker temperatuurtje te zijn om door te straten te fietsen. Maar om onmiddellijk alle ramen op mijn bureau en mijn deur wagenwijd open te zetten is het duidelijk nog iets te vroeg.
Brrr......

dinsdag 16 maart 2004

Afspraak
Met een ploink-deuntje meldt ze zich aan. In een klein rechthoekig pop-upje in de onderhoek van mijn scherm.
"Ik ben het", schrijft ze onmiddellijk de verkeerde nick tenietdoend.
Ik klap mijn interview dicht en lees wat ze in haar apartementje intypt.
Ze had zich al beter gevoeld, schreef ze.
Ik lees verder en stuur haar dan een virtuele knuffel. Het is maar kil en koud, vind ik.
"Wil je langskomen?", typ ik. "Het wordt warmer en de wind hier kan je hoofd eens goed leegblazen."
"Graag!", is haar antwoord.
Waarschijnlijk simultaan, zij daar, ik hier beiden met de gloed van een computerscherm op ons gezicht, diepen we onze agenda's op. Voorstellen snellen heen en weer tussen mijn en haar computer.
"Tot dan?"
"Tot dan!"
Ik sluit het venstertje buig me weer over het interview.
"Ik ga tortilla's maken", denk ik plots. "Gezellig samen aan tafel praat makkelijker dan via een computerscherm."
Knal
Ik hoorde een harde dreun aan de overkant van de straat. Zo'n dreun waarvan je hoopt dat veroorzaker nog heelhuids recht krabbelt, maar waarvan je vreest dat ie in kreukels zal blijven liggen.
Ik bleef even stilstaan en tuurde tussen de auto's door. Achter de voorwielen van een auto staken twee benen uit. Voeten in glimmende herenschoenen, benen in een nette broek. Eventjes later dook een man boven het dak van die auto uit. Hij voelde even aan zijn hoofd, inspecteerde zijn ellebogen en knieën en dook toen weer onder de auto.
Ik giechelde zachtjes toen ik zag wat hij vanonder de auto trok en beet op mijn onderlip toen ie wankelend terug op zijn transportmiddel plaatsnam. Hij plante zijn ene voet voor de andere, gaf zichzelf en een zetje en reed toen luid ratelend verder. Een dertiger in maatpak op een skateboard.

maandag 15 maart 2004

Internet-loos
Mijn vingers kriebelden toen ik deze morgen Internet Explorer opende op het werk. Een heel weekend waren we Internet-loos geweest en dat zat meer in mijn kleren dan ik dacht. Geen mail, geen stukjes op mijn klavier bijeenrammelen, geen weblogrondjes surfen. Ik haalde deze morgen opgelucht adem toen ik het bekende startscherm zag verschijnen en kreunde iets minder enthousiast toen ik in één van de mailtjes die ronddraaide in mijn mailbox las dat we nog wel een weekje of wat Internetloos zullen zijn.
Ik ga lezen deze avond en Yinsh-en met lief. Ik ga me uitleven aan het fornuis en wat verder schrijven aan dat onafgewerkte verhaal. Ik ga foto's ontwikkelen en die opgenomen films bekijken. Ik heb een zee van tijd te vullen, zo lijkt het.
Oogarts
Ik hield al bijna mijn hand op om mijn nieuw pakketje maandlenzen aan te nemen, maar in plaats daarvan kreeg ik een wijzende vinger.
"Jij gaat naar de oogarts. Nu!", zei hij terwijl hij vanachter de microscoop, waar ie mee in mijn oog tuurde, kwam.
"Nu? Het is bijna vijf uur!"
"Voor mijn part rij je naar de spoedgevallen en veroer je je niet tot er een oogarts je onderzocht heeft, maar je laat naar je ogen kijken."
"Maar wat is er dan?"
"Je weet heel goed dat ik geen diagnose mag stellen, maar wat ik zie is verontrustend genoeg om je nu naar een oogarts te schoppen", zei de contactlenzenmeneer en hij prikte me met die uitgestrekte wijsvinger de deur uit.

Zeventien telefoontjes later belde ik aan bij een onbekende oogarts die me nog wel even wilde onderzoeken voor hij aan de tafel schoof waar zijn vrouw het eten al had klaargezet.
De bel klingelde door de hall en ik werd me een buzzje van de deur binnengelaten. Mijn voetstappen galmden door de gang die zo groot was dat je er onze hele woonkamer in kon parkeren. De muren waren donkergroen geschilderd en behangen met een fluweelachtig bordeaux behang. Bovenaan de trap zaten twee monsterlijke beeldjes op mijn neer te loeren. Vanuit mijn ooghoeken meende ik hun oogjes te zien opgloeien, maar dat kan ook aan de slechte gezondheid van mijn eigen kijkers gelegen hebben.
Wijfelend bleef ik middenin een grote pikzwarte tegel staan, tot ik een bordje wachtkamer in het oog kreeg. De deur draaide piepend open en ik liep een kamertje binnen vol Victoriaans-aandoende zetels. Zware fluwelen gordijnen lieten geen straaltje licht meer binnen. Op de vensterbank stond een kandelaar te flakkeren. De vloer kraakte terwijl ik naar de middenste groene zetel liep.
"Een spookhuis. Ik zou dit zo als de scene voor een spookhuis gebruiken, dacht ik terwijl beelden van "The Haunted" door mijn gedachten schoten."
Het bleef stil, alleen de ruitjes rammelden in de sponning door de beukende regen. Ik diepte mijn boek uit mijn tas en probeerde de omgeving te negeren.

"Komt u maar!"
De stem liet me in mijn stoel opwippen. Met een bonzende hart keek ik op naar een man in het wit.
"Sorry, ik had u niet horen aankomen", stotterde ik en verzamelde haastig al mijn spullen. Ik volgde de wapperende witte jas naar het kabinet. Op de drempel bleef ik staan. Het was stikdonker. Eén bureaulampje gaf voldoende schijnsel zodat ik een stoel wist te vinden.
"Zeg het maar", lachte de man terwijl ik op een kerkstoel-achtig ding klauterde.
Ik deed hem het verhaal van de prikkende wijsvinger van mijn contactlenzenmeneer. Hij knikte en hij wenkte me naar de linkerhoek van de kamer, waar een stoel en een microscoop in het donker verscholen stonden.
"Lees die letters eens", wees hij naar de andere hoek.
In het donker kon ik net een paneel ontwaren. Terwijl ik probeerde knikte hij.

"Een maand geen lenzen en vier druppeltjes per dag", mompelde hij in zichzelf. Verbaasd keek ik hem aan.
"Moet je niet met zo'n microscoopdingetje in mijn ogen turen?", vroeg ik. Glimlachend duwde hij een voorschriftje in mijn handen, stak zijn hand op zodat ik hem kon betalen en hield de deur voor me open. Buiten in de gietende regen keek ik nog even op mijn horloge. Was het al te laat om nog naar het ziekenhuis te gaan. Voor een degelijk onderzoek?

vrijdag 12 maart 2004

Lijstje
Ze blaast zachtjes op haar vingers, in de hoop de wervelstorm wat te temperen. Natuurlijk weet ze dat dat niets uithaalt , maar het voelt geruststellend aan. De pen wiebelt op en neer tussen haar wrikkelende vingers. Voorzichtig opent ze de deur die alles stevig achter slot en grendel zette, een klein kiertje, en laat de wervelstorm in kleine beetjes naar buiten razen. Ze schrijft. Pent ijverig door, bijtend op haar onderlip. Met elke letter die op papier wordt neergekriebeld vloeit er wat meer onrust uit haar weg. Ze legt lijstjes aan. Dingen die ze meer wil doen. Meer lezen, meer naar het theater, meer naar concerten, meer van de wereld zien. Ze neemt de telefoon op en vraagt de meneer aan de andere kant van de lijn om één kaartje voor die bijna uitverkochte voorstelling voor haar te reserveren. Ze schrijft nog meer lijstjes. Dingen die ze niet meer wil doen. Dingen die haar droef maken. Dingen die haar blij maken. Ze pent haar wilde plan neer en noteert in de marge wie haar mee op weg zou kunnen helpen.
Lijstje na lijstje stapelt zich op en de wervelstorm in haar hoofd maakt plaats voor een glimps zonlicht. Het is nog niet te laat.
Voorbereiding
Extra melancholische liedjes in mijn minidisc en Winamp. Dan valt ie alvast van minder hoog.

donderdag 11 maart 2004

Scherven
Elke dag klem ik hem stevig tegen me aan voor ik het gebouw binnenstap. Ik laat mijn vingers over het gladde oppervlak glijden, zoekend naar krassen of barsten. Ik verwen hem met vrolijke liedjes 's morgens vroeg op de weg. Daar houdt hij van. Hij laat mijn vingers op mijn stuur tikken, laat mijn lippen de teksten mee mompelen. Heel soms laat hij zelfs mijn hoofd mee knikken op de maat van de muziek. Vrolijke deuntjes en de wind in mijn haar. Daar is ie gek op.

Het gebouw waar ik elke morgen mijn fiets stal vindt hij de laatste tijd minder leuk. Ik voel hoe hij ineenkrimpt. Zich probeert te verstoppen in een klein hoekje.
Elke morgen steek ik voorzichtig mijn hoofd om de hoek. Roep vrolijk "goeiemorgen" naar iedereen en struin mijn bureau in. Ik hou hem dicht tegen me aan. Terwijl ik telefoneer, typ en mail, hou ik hem angstvallig in het oog. Hij rolt rusteloos op en neer over mijn bureau. Wacht af, want die eerste klap komt zo dadelijk. Dat kan niet anders.

Barse stappen op de trap, boze onverholen blikken en knorrige mails. Ik probeer hem te beschermen met een glimlach en een vriendelijke woorden. Maar het gaat onverminderd door. Een knallende deur, een misplaatste opmerking tot ik een harde knal hoor, diep binnenin mij. Mijn goed humeur ligt weer in scherven.
Repeat
"Wat ben je in godsnaam aan het doen?"
"Ik wil eens uitproberen hoeveel keer ik dit liedje kan beluisteren voor ik het beu wordt."
"En?"
"Neen, nog steeds niet."
"Ik wel."

woensdag 10 maart 2004

Nieuw
Een nieuw jasje. En onmiddelijk ook de broek, schoenen en sokken erbij. Dankzij het vele geknutsel van Matt. Het zit wel fijn zo.
Mooi, maar dan anders
*zucht*
"Wil het niet lukken?"
"Neen, ik krijg het niet geschreven."
"Wat dan?"
"Dat toneelstuk dat ik gisteren zag."
"Wat is er mee."
"Ik wil er iets over schrijven, maar het lukt me niet."
"Wat was er dan zo speciaal aan dat het niet lukt?"
"Het was zo mooi."
"Schrijf dat dan!"
"Wat? Het was zo mooi? Dat is niet voldoende. Het was zoveel meer dan mooi."
"Wat meer dan?"
"Het verhaal raakte me, nestelde zich diep in mijn buik. Hoewel ik wist hoe het ging aflopen, wilde ik zien hoe ze het in scene zetten. Op het moment dat het afgelopen was, had ik het liefst gehad dat de acteurs gewoon opnieuw zouden beginnen spelen."
"Schrijf dat dan!"
"Maar dat zijn maar woorden."
"Wat wil je dan?"
"Het was de sfeer die me iets deed. De broze banden die tussen de personages uitgesponnen werden. De mooie versregels die ze elkaar naar het hoofd slingerden. Alsof het niets was. Het was hetgeen je als toeschouwer al meer wist, dan de personages op het podium. Het leek even alsof ik in een hoofd vol fantasie mocht logeren. De wereld die daar op het podium werd uitgebouwd, daar wilde ik zijn. Maar toen het doek viel werd ik er botweg uitgekegeld. Het geheel. Dat alles op het podium dat ervoor zorgde dat ik er nu nog steeds mee in mijn hoofd zit."
"En dat krijg je niet geschreven?"
"Neen, dat lukt niet. Het lijkt alsof ik niet genoeg woorden heb."
Wazig
De mensen op het podium leken door elkaar heen te dwarrelen. Mijn ogen flitsten van links naar rechts om het schouwspel te volgen. Maar plots vervaagden de figuren op het podium. Hun contouren verdwenen en ze werden niet scherper dan enkele veelkleurige vlekken. Alsof iemand een ragfijne sluier over het podium gedrapeerd had zonder dat ik het gemerkt had. Ik wreef in mijn ogen, maar de wazigheid bleef. Voorzichtig boog ik wat naar voor in mijn stoel en kneep mijn ogen tot spleetjes, probeerde namen te koppelen aan de verschillende vlekjes recht voor mij. Ik knipperde als gek tot plots alles weer glashelder en haarscherp werd. Met een grote grijns liet ik me weer in mijn stoel vallen en dook opnieuw in het verhaal.
Maandlenzen moet je echt na een maand vervangen.

dinsdag 9 maart 2004

Weg
In de kleerkast - in lief's kleerkast - aan de kapstok - in de wasmand - in de badkamer - in de wasmachine - aan de kapstok in de badkamer - in mijn reistas - onder bed - aan het droogrekje - tussen de nog-te-plooien was - achter luie zetel - op de stoelen - in mijn zwemtas - in de kattemand - in lief's sportzak - achter mijn kleerkast - achter lief's kleerkast - in mijn fietszak - achter de wasmachine - in de zak oude kleren - onder het dekbed - ...
Nog iemand een idee waar mijn zoekgeraakte pull zou kunnen liggen?

maandag 8 maart 2004

Vroeger
Met een opluchting die ik nauwelijks kon verbergen propte ik mijn spullen terug in mijn tas. Terwijl ik naar mijn pen en notablok grabbelde, zag ik hem uit mijn ooghoek zwaaien.
"Kim, je mag nog niet weg."
"Let dan maar eens op", dacht ik. "Twee uur lang probeer ik al een interview af te nemen van deze groep. Negen man die jij me voorgeschoteld hebt. Maar laat je die mensen uitpraten? Laat je ze zelfs maar antwoorden? Neen. Jij draaft je ingestudeerd lesje af, waar ik niets mee ben."
Ik plooide mijn mond in een krampachtige glimlach terwijl ik opkeek. "Ik ben eigenlijk al te laat. Ik moet echt door."
Hij wenkte me. "Ik heb iets voor jou." en haalde voorzichtig een donkerbruine rechthoek uit zijn tas.
Ik gooide mijn tas over mijn schouder en liep naar hem toe. Het donkerbruine rechthoekje bleek een fotoalbum te zijn. Sepiagezichten staarden me star aan. Hij bladerde door het kleinnood en opeens keken twee bekende ogen me aan.
"Dat is jouw vader, niet?", vroeg hij met een brede grijns.
Stram in de houding, met een korte broek en een kortgeschoren kopje keek hij me aan. Mijn vader toen ie een jongetje van acht was.
"En dit ben ik", wees hij, terwijl hij verder bladerde. Zijn vinger tikte even op het linkse broekventje in een rij van drie. Hij, mijn vader en mijn peter voor het huis van mijn grootouders.
"Ik woonde aan de overkant van de straat", zei hij zacht.
Ik tuurde ingespannen naar de foto's. Naar die bekende omgeving, maar toch anders. Naar die bekende gezichten, maar ook zo anders. Ik leek wel in de foto's te duiken. Foto's van mijn familie die ik nog nooit gezien had. Ik bladerde drie keer door het album.
"Let je wel op dat je niet te laat bent", vroeg hij.
Voorzichtig klapte ik het album dicht. De zaal was leeg.

donderdag 4 maart 2004

Kapper
Mijn kapper zou me na elke knipbeurt een handleiding moeten meegeven over hoe ik mijn haar na het wassen een beetje toonbaar krijg.
Zijn "gewoon wat droogblazen, een beetje wax en rommelen maar" zag er toch heel anders - en beter - uit dan mijn interpretatie van die handeling deze morgen.

woensdag 3 maart 2004

Blok
Ik strooi de letters lukraak over de pagina heen en bestudeer het resultaat. Met mijn neus bovenop de rondingen en uitsteekseltjes. Even dreigt er een glimlach door te breken, maar onmiddellijk daarna grijp ik naar de grove borstel in de vorm van Ctr+A en Delete. Het witte virtuele blad kijkt me verwijtend aan. De deadline staat al aan de deur van zijn ene voet op de andere te wippen. "Snel, snel, snel", hoor ik hem sissen.
"Wees nu even stil", bijt ik hem toe.
Ik doe een nieuwe poging, maar veeg ook die al snel weer van tafel.
"Doe dan even iets anders", probeer ik mezelf te sussen.
"Er is op dit moment niets anders."

En hier wil het ook al niet lukken.

dinsdag 2 maart 2004

Macho
Bijtend op mijn onderlip manoevreerde ik mijn auto de parking in. Ik reed een klein stukje voorbij de ingang, zette hem toen in achteruit en probeerde zodanig te draaien dat de neus netjes voor de slagboom eindigde.
In mijn achteruitkijkspiegel zag ik met een rotvaart een glimmend zwarte sportauto naderen.
"Stop, stop, stop", mompelde ik en zette me schrap voor de klap, maar er kwam niets. Of toch ... een toeterconcert dat drie straten verder te horen was.
Ik grabbelde in het handschoenvakje naar de afstandsbediening en reed onder de geopende slagboom. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe de zwarte sportauto vakkundig aan mijn bumper kleefde. Hij trommelde verveeld op het dashbord terwijl ik de mijn auto door de smalle bochten, die naar mijn parkeerplaatsje leiden, stuurde. Hij inspecteerde zijn haar in zijn achteruitkijkspiegel en stuurde ondertussen losjes met één hand achter mij aan.
Na het laatste bochtje gaf ie plankgas en scheurde mij voorbij. In een vloeiende beweging draaide hij zijn auto 180° en reed hem netjes in het voorziene vak.

"Moet ik die van jou ook doen, schatje", schertste hij door zijn open raam.
Ik klemde mijn tanden opeen en parkeerde mijn autootje tussen de lijnen. Iets schever dan goed is.
"Geen nood, oefening baart kunst", grijnsde hij terwijl hij uit zijn auto stapte.
Ik hoopte stilletjes om een losliggend keitje, één van de wapperende panden van zijn jas die tussen de deur klem kwam zitten, een bananeschil desnoods, maar niets daarvan.
Hij schoof zijn zonnebril op zijn neus, schonk me een spottende grijns en beende de parking uit.

maandag 1 maart 2004

Floep
Om 22u30 op de fiets, in de gietende regen, door de donkere straat is de inspiratie er volop, maar geen manier om ze neer te pennen.
Om 22u40 thuis, warm en afgedroogd voor de computer, is de mogelijkheid om ze neer te pennen er wel, maar is de inspiratie op zijn beurt verdwenen.
2e hands
Boven op de zolder van het tweedehands boekenwinkeltje lichten de zonnestralen die zich door het kleine raampje wisten te wurmen de duizenden stofjes die in de lucht dansen op. De boekenrekken reiken tot aan het plafond. Ik laat mijn vinger over de boekenruggen glijden en doe rek en strek oefeningen in slowmotion. Ik klauter op het krukje, sta op mijn tenen en rek mijn nek zover mogelijk uit om de bovenste titels te kunnen lezen. Met elk schap krimp ik een beetje meer in elkaar, om ten slotte op mijn knieen bij de onderste rij te eindigen, speurend langs de honderden titels.
Hier en daar veroorzaakt een boekenlijst-boek een nooit-meer-gruwel. Gelukkig ontwaar ik niet lang daarna altijd een van mijn lievelingsboeken die de gruwel blust met een rustgevend gevoel van herkenning. Af en toe til ik eentje uit het schap en weeg het verhaal in mijn hand. De moeite of niet?
Een hele middagpauze lang amuseer ik me met mijn rek en strek oefeningen op deze zolder. Tot mijn vinger over een reeks identieke boeken glijdt. Zeven exemplaren netjes op een rijtje. Samen gekneld tussen bonte kleuren en lettertypes en opeens vraag ik me af: is het een goed teken dat die boeken zo talrijk in een tweedehands boekenwinkeltje worden ondergebracht, of niet?
Daar gaan we ...
Ik test met mijn grote teen. Eventjes kromt die zich verschrikt, maar herstelt zich dan snel. Het is al erger geweest, veel erger. Maar het is ook al beter geweest. Ik zwaai mijn armen los, hoor hoe mijn nekwervels kraken en haal diep adem.
Op maandagmorgen in mijn agenda kijken voelde vaak als een sprong in het diepe. Deze week laat ik me rustig in het water glijden. Ik hang wat aan het startblok en tuur naar het einde, deze keer niet zo veraf als normaal. Vrijdag mag ik terug op het droge klauteren, maar tot dan .... stevig doorzwemmen.